Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaartkerk

Ninove

Opdrachtgever Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaartkerk
Periode 2012 - heden
Status heraanbesteding vieringtoren
Omschrijving

ABDIJ- EN BEDEVAARTSKERK

De Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaartkerk werd opgetrokken als abdijkerk in 1635. Door problemen werd de kerk pas in 1723 voltooid en in 1727 gewijd als abdijkerk van de Ninoofse premonstratenzergemeenschap. De kerk werd opgevat als een kloosterkerk in het koor en transept en een bedevaartskerk in het schip. Sinds 1813 wordt de kerk als parochiekerk gebruikt, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart. Het sobere exterieur is opgetrokken uit baksteenbouw en zandsteen uit de streek. Achter het koor staat een vierkante toren met zeszijdige lantaarn die later werd toegevoegd aan de kerk en voltooid werd in 1844. De parochiekerk staat bekend omwille van haar imposant wit gepleisterd interieur, rijkelijk aangekleed met laat-barok en rococo meubilair uit de eerste helft van de 18de eeuw.

STABILITEITSPROBLEMEN

Al in de 19de eeuw werd er in het koor scheurvorming vastgesteld ten gevolge van de bouw van de nieuwe toren, die gedeeltelijk op de funderingen van de kerk werd opgericht. Door het zetten van de toren, waarvan de westkant op de fundering van het meest oostelijke deel van de koorapsis staat, was een deel van het metselwerk van het koor mee verzakt. Gezien de scheefstand van de toren en de steeds verder reikende scheuren, werd in 1966 met een paalfundering getracht de toren te stabiliseren. Na de stabiliteitswerken ging men verder met de restauratie van het exterieur. Intussen hadden lekkende daken, goten, afvoerbuizen en slecht sluitende ramen zware vochtproblemen veroorzaakt in het interieur. Plaatselijk was er ook zwam- en houtwormaantasting aanwezig. Een interieurrestauratie drong zich op.

Na enkele jaren bleek dat de scheurvorming ondanks de paalfundering toch verder evolueerde. Ter voorbereiding van de restauratie van het interieur werd de scheurvorming in het koor en aan de gewelven en de muren van de middenbeuk opnieuw geregistreerd. Intussen ging men verder met de restauratie van zowel exterieur als interieur. Tussen 1978 en 1990 werd het belangrijke Forceville orgel gerestaureerd. In 1993 werd de houtworm op de zolders en in de kerktoren aangepakt, in 2008-2009 volgden de daken.

De interieurrestauratie startte in 2012 en werd opgesplitst in diverse werkzaamheden. In eerste instantie werden de constructieproblemen verholpen op basis van metingen en studies die de verzakkingen en scheuren van de afgelopen 25 jaar in kaart brachten. Daaruit bleek dat door de afscheuring van de westgevel van de noord- en zuidgevel, het gewelf van de tweede travee van de middenbeuk scheurde en verzwakte. Als oplossing werden de funderingen verstevigd met micropalen. De scheefstand van de grote toren, die aan de basis lag van de scheuren in de absis van het hoogkoor, was- zo bleek uit de metingen- gestabiliseerd. De toren werd daarop losgemaakt van de rest van de constructie en verder opgevolgd. De scheuren in de muren van het schip en koor werden verholpen door middel van ankerstaven, die over de volledige lengte van schip en hoogkoor in de dikte van de gevels werden ingeboord. De holten werden met kalkmotel geïnjecteerd. Ook de scheurvorming in de gewelven werd met mortel opgevuld. Het gewelf van de koorapsis moest gedeeltelijk hermetseld worden.

Na de stabiliteitswerken werd het opstijgend vocht in de buitenmuren en de sokkels van de kolommen en pilasters aangepakt door middel van het injecteren van deze massieven met siloxaanharsen. Nadien volgde het herstel van de natuurstenen vloer uit zwarte kalksteen en Carrara marmer. Ongetwijfeld had de herstelling van de pleistering en het herschilderen van de kerk de grootste visuele impact op de kerk. Eerder (in 1997, 2000 en 2008) werden de afwerkingslagen onderzocht op polychrome afwerkingen. Waar nodig werd de bepleistering hersteld en vervolgens opnieuw kalkverflagen aangebracht, conform de resultaten van het eerder uitgevoerde onderzoek van de afwerkingslagen op samenstelling en op de aanwezigheid van mogelijk polychrome schilderingen. Ook de herstelling van de riolering, het plaatsen van kabelgoten en de aanpassing van de elektrische installatie maakte deel uit van de restauratie.


De houtwormbestrijding van het meubilair, waaronder de monumentale altaren, biechtstoelen en lambriseringen, werd uitgevoerd door middel van begassing. Na afloop werd het meubilair uitvoerig onderzocht, met het oog op restauratie in een volgende fase.

BEHEERSPLAN

Het beheersplan is opgemaakt door Steenmeijer architecten en goedgekeurd in 2019.

In samenwerking met

Ingenieursbureau Macobo (i.s.m. Jan Van Aelst)